Deze nacht waak ik bij een echtpaar, het gaat om meneer. Zijn vrouw staat me al op te wachten bij de voordeur. Dat is fijn, want in het donker was de nummering niet goed te zien. Ze ontvangt me hartelijk, blij en dankbaar. Meteen voel ik mij thuis. Meneer ligt in de woonkamer. Hij glimlacht naar me als ik mezelf voorstel en zeg dat ik deze nacht bij hem blijf, zodat zijn lief kan slapen en hij zich veilig kan voelen.
Na een fijn gesprekje vertrekt mevrouw naar haar slaapkamer, ik hoor nog even de tv. Wat afleiding om in slaap te kunnen vallen.
Ze zit in een rollercoaster, want vier weken geleden leek er nog niets aan de hand.
Ik settel mezelf in de gele fauteuil bij de leeslamp en lees de overdracht van het ziekenhuis aan de thuiszorg. Ik lees dat hij 84 wordt over ruim een week, maar dat lijkt me een eeuwigheid van hier. Van lezen komt niet veel. Ik vind dat hij onrustig is. Ik pak zijn hand, opnieuw een glimlach.
Ik pak er een stoel bij. Ik streel een beetje zijn hand en al snel doet hij dat bij mij. Zoals mijn vader dat kon doen. Met zijn duim. Deze man zoekt vertrouwen, houvast. Ik ben er voor hem. Het grootste deel van de nacht zit ik zo. Ik vraag hem of hij degene is die op de vleugel speelt die midden in de huiskamer staat. Hij knikt glimlachend. Dan heb je vast veel mensen blij gemaakt. ‘Heb je een mooi leven gehad?’, even lijkt hij ontroerd terwijl hij ja knikt.
Hij heeft een onregelmatige ademhaling en schopt steeds de dekens weg of duwt ze met z’n handen weg. Soms zoekt zijn hand weer de mijne als ik hem even los heb gelaten om zelf te verzitten of wat te lezen.
Dan weer opent hij zijn ogen, pakt nog een nat doekje om zijn mond te bevochtigen, glimlacht naar me en valt weer met open mond in slaap.
De rest van de nacht blijft heel onrustig. Ik herken de stervensonrust. In de ochtend drink ik nog een kop thee met zijn vrouw. Ook in momenten rondom sterven kan het haast gezellig zijn en wordt er gelachen. Ze ervaart een stukje houvast in mijn aanwezigheid, wat oh zo belangrijk is in een verdrietige en onzekere tijd.
Ik adviseer wel haar zoon, die niet in de buurt woont te laten komen vandaag, omdat ik denk dat er niet veel tijd meer is.
Deze man nadert zijn einde op aarde en ik mag daar getuige van zijn. Wat een geschenk. Nee ik vind het niet eng. Het is heel erg menselijk. Het is heel erg mens-zijn❤️ Hij overlijdt de volgende nacht in aanwezigheid van mijn collega. Zijn vrouw lag te slapen, maar had er vrede mee dat hij in ieder geval niet alleen was toen het zover was.

